Fan de minsken en de grûn (1)
Bijna twee jaar geleden (11 maart 2010) reed ik naar Museum Belvedere in Heerenveen, naar de eerste bijeenkomst van Urgenda Fryslân. Ik had totaal geen idee wat me te wachten stond. Het project eindigde vorig jaar met een boekje. Nu komt er een proces op gang en begint het boekje een eigen leven te lijden. Het proces is nog zo pril en blijkbaar doet Fan de minsken en de grun nogal wat stof opwaaien. Stof tot nadenken, stof voor discussie. Graag wil ik hier wat vertellen over mijn persoonlijke ervaringen, de achtergronden en totstandkoming van ‘Fan de minsken en de grûn’ maar ook andere overdenkingen over de transitie waar de wereld zich momenteel in bevindt.
Daar zat ik dan. In Belvedere. Nogmaals, ik had geen idee bij wie ik aan tafel zou schuiven. De zon ging langzaam onder en scheen over de kale akkers het restaurant van Belvedere binnen. Ik ben niet zo’n museumganger, dus ik was er voor het eerst. Een prachtige plek. Een beetje onwennig zoek ik mijn weg tussen de voor mij onbekende bekende Friezen. Ik herkende Henk Kroes en Nynke Laverman die ik schuchter de hand schudde. ‘Martin Kuipers’. Veel meer dan dat kwam er niet uit. Ik heb moeite met het plakken van een label op mijn persoon. Ben ik ondernemer? Ex-docent? Diepfries? Burger? Mens? Ik heb al deze labels al eens gebruikt, maar het blijft lastig…
Vooraf was iedereen gevraagd om een iets mee te nemen over wat Friesland voor hem of haar betekend. Mijn object zit in mijn grote rugzak. We nemen plaats. Ik zit tussen Berend Kyrion van Provinsje Fryslân en Nynke Laverman in. Ik herken in de kring nog een aantal gezichten, vooral van TV (Omrop Fryslân). Ik heb me erg afgevraagd wat ik hier aan kon bijdragen. Erger nog: moet ik aan deze mensen laten zien wat ik in mijn tas heb gestopt vanochtend?
We beginnen. Voorstelrondje. Shit, we beginnen aan mijn kant, dus ik was de 3de die zijn object mocht tonen en mocht vertellen wat hij mee had gebracht. In mijn aantekeningenboek heb ik de namen en objecten (indien van toepassing) opgezocht. Maar in de stress van het moment ben ik er blijkbaar niet aan toegekomen om van de twee mensen links van mij het object en verhaal op te schrijven. Daar komt het. Ik rits mijn tas open en leg een Bildtstar op tafel. Een aardappel. In het Bildts vertel ik dat ik een ‘klaaikop bin fan’t Bildt’. Zomers van mijn kinderjaren en jeugd heb ik op de kleiakkers doorgebracht. Spelend of werkend op een aardappelrooier. Ik ben ook een Bildtstar vertel ik. De aardappels worden gepoot, groeien ‘stadig’ tot wasdom en worden gerooid en wereldwijd geëxporteerd. Ik zit nog in het ‘stadige’ groeiproces denk ik nu achteraf. Met een rood hoofd sluit ik stuntelig af. ‘Dat waar’t wel dink ik’.
Nynke Laverman neemt het over en roert ons allemaal diep met het zingen van ‘Suse nanne poppe’. Destijds was ik luttele maanden van het vaderschap verwijderd en het moment blijft me altijd bij. Ik luister veel naar muziek maar naar concerten ga ik niet zo vaak. Dit privé concert van 1 couplet was één van de mooiste waar ik bij ben geweest.
De kring stelt zich verder voor, Daan Levy bracht een graszode mee. Henk Kroes een potje Fries water. Yvonne Bleize een schep. Anderen brachten een ‘nieuwe kijk’ en iets van ‘under de hûd’ mee. De kring sloot af met een ‘spiegel’. Misschien is die spiegel achteraf wel het beste symbool voor deze eerste avond…
Prof. dr. ir. Jan Rotmans van de Erasmus Universiteit leidt daarna de eerste Arena in. Urgenda heeft een eenvoudig doel: samen Nederland sneller duurzaam maken. Jan is expert op het gebied van transitie management. Hoewel ik altijd wat moeite heb met het woord ‘management’ geloof ik in zijn intenties en de beelden en theorieën over het opgang brengen van deze transitie spreken me aan. Sterker nog, ze verklaren een hoop zaken die ik aan de levende lijve heb ondervonden. De essentie van de methode is snel te begrijpen: tot een omslag komen in het duurzaam denken en duurzaam doen. De onderstroom met de bovenstroom in verbinding brengen en een agenda maken voor de toekomst. Een groep van 15 mensen moet in 5 jaar uitgroeien tot 1500, blijkbaar een kritieke massa voor een omslagpunt.
In ‘Fryslan vooruit naar vroeger’ presenteert Jan namens Urgenda eerste analyse van de provincie. Men is grondig te werk gegaan in de voorbereiding op deze eerste sessie en de presentatie maakt indruk. In cijfers zien hoe we er demografisch, sociaal en economisch voor staan. Jan presenteert de sterke kanten maar ook de zwakke kanten van Fryslân op basis van sociale, economische en demografische gegevens.
Daarnaast komt ook een teruggeblikt op de geschiedenis van Fryslân. Verschillende strijden met stammen, provincies, het water kenmerken het verleden van Fryslân. Niet om daar vol romantiek bij stil te staan. Het is een tamelijk feitelijke opsomming van gebeurtenissen. Het doel van deze inleiding is om zicht te krijgen op wat Jan noemt het DNA-materiaal van Fryslân. In zijn transitie-model heeft hij op elke regio/stad een dergelijke analyse gemaakt. Omdat elke regio zijn eigen nuances kent in geschiedenis, in landschap, in demografie, sociale cohesie en economie moet je deze aspecten kennen, erkennen en benutten in de opzet van een toekomst agenda: Het klakkeloos kopiëren van ideeen of toekomstagenda’s van andere regio’s zal niet werken.
Vervolgens worden we - om een discussie op gang te brengen - gestereotypeerd. Op basis van wat er in de interviews met de arenaleden is opgetekend. De uitkomst is uiterst paradoxaal, iets wat door Jan en Urganda als bijzonder ervaren wordt. ‘De Friese ziel combineert drift en stugge eigenzinnigheid’ vat hij samen.
Een rijtje van tegenpolen wordt getoond:
Fier - Bescheiden
Innovatief - Conservatief
Praktisch - Intellectueel
Ingetogen - Emotioneel
Nuchter - Temperamentvol
Jan -die daar op dat moment een spiegel aan de groep voorhoudt- maakt heel wat in de groep los. Enkele felle discussies branden los. Dat kan ook niet anders, want alle kwaliteiten die door de groep benoemd en zijn zoals gezegd uiterst paradoxaal. In de discussie of we nou meer van het één of meer van het ander zijn vliegen anekdotes en voorbeelden door de lucht.
De discussie bleef hangen. In dit soort gevallen blijf ik maar altijd dicht bij mezelf. Ik teken een Ying-Yang onder het lijstje en ik zeg: “Ik herken me in alle uitersten. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar dat is toch mooi? Dan zijn we gezamenlijk juist erg in balans…”.
Jan sluit iets later af met de bekentenis dat hij nog nooit in het organiseren van Arena sessie’s zo’n paradoxale, bevlogen en uiteindelijk esoterische eerste bijeenkomst heeft meegemaakt. En dat hij deze zeker niet in Friesland had verwacht. En ik ook niet, niet gezien de samenstelling van de groep. Maar dat het begin van dit project zo esoterisch begon stemde mij destijds hoopvol. Het is verdomd lastig om de juiste woorden te kiezen voor niet tastbare maar wel toedoende zaken. DNA en ziel: staan deze niet ook paradoxaal tegenover elkaar? Links het biologische, reductionistische perspectief, rechts een esoterisch, holistisch?
Ik reed die avond naar huis met een vol hoofd. Vol nieuwe vragen maar ook een antwoord op de vraag ‘wat doe ik hier’. Ik wil graag proberen om in deze groep de verbinding tussen twee polaire perspectieven te leggen. Niet gemakkelijk…zo blijkt ook twee jaar later…
